Wat kunnen huurders verwachten na Prinsjesdag?
Wat gaat het kabinet doen voor huurders?
Vanaf Prinsjesdag hebben wij dat met veel belangstelling in de gaten gehouden. Hier leest u de zes opvallendste punten.
Dit jaar gaat alles een beetje anders. Want het kabinet Jetten heeft geen meerderheid in de Tweede Kamer en ook niet in de Eerste Kamer. Dat betekent dat de plannen van het kabinet nog flink kunnen veranderen.
Wij hebben de besprekingen in beide Kamers dan ook even afgewacht, om te zien of er nog veranderingen kwamen. Ook kwam de minister van Volkshuisvesting nog met haar plannen.
1. Jaarlijkse huurverhoging
Wat huurders direct merken is de jaarlijkse huurverhoging. Daar maakt de overheid elk jaar regels voor. De huurverhoging voor sociale huurwoningen in 2027 kijkt naar de gemiddelde inflatie van de afgelopen drie jaar. Dat betekent een verhoging rond de 3 procent.
2. Huurtoeslag
Door een andere weging van zorgkosten en een hogere eigen bijdrage lijkt de huurtoeslag vanaf volgend jaar lager uit te vallen. Voor de meeste mensen gaat het om een verlaging van 58 cent. Mensen met veel zorgkosten gaan er waarschijnlijk meer op achteruit. Hoeveel is nog niet echt duidelijk.
3. Inkomensafhankelijke huurverhoging (IAH)
Vanaf 2028 wordt de inkomensafhankelijke huurverhoging voor sociale huurders met hogere inkomens waarschijnlijk verplicht. Dat betekent dat huurders van een sociale huurwoning met hogere inkomens meer huurverhoging krijgen.
Omnia Wonen past dit sowieso al toe, net zoals de meeste woningcorporaties. Bij Omnia Wonen wordt het geld dat dat oplevert, gebruikt om de huurverhoging voor sociale huurders met lagere inkomens te beperken. Het kabinet wil ook kijken naar het vermogen van mensen, zoals spaargeld of bezit. Volgens de minister heeft 5 procent van de sociale huurders zelfs een vermogen van meer dan 100.000 euro. Dan is het gek als zij voor een laag bedrag een woning huren die eigenlijk bedoeld is voor mensen met lagere inkomens. De gedachte van het kabinet is dat huurders met hogere inkomens of veel vermogen genoeg geld hebben om een duurdere woning te huren. Als zij verhuizen, komen de sociale huurwoningen vrij voor mensen met minder geld.
Dat vraagt om meer woningen in de middenhuur: huizen met een huur van zo’n 900 tot 1200 euro per maand. Huren in de vrije sector is voor deze mensen vaak een stap te groot.
4. Bouw middenhuur
Het kabinet wil daarom meer woningen in de middenhuur. Er komt geld voor beleggers om de bouw van woningen in de middenhuur aantrekkelijker te maken. Het gaat om 100 miljoen euro. De afgelopen jaren vonden veel beleggers dat zij niet genoeg verdienden aan hun huurwoningen.
Woningcorporaties kunnen vanaf 2028 goedkoper geld lenen om woningen in de middenhuur te bouwen. Daardoor zouden zij ook meer kunnen bouwen van deze woningen.
Ook gaat de overheid samenwerken met vijf grote pensioenfondsen. De bedoeling is dat zij geld gaan beleggen in de bouw van betaalbare huurwoningen.
5. Minder belasting
Woningcorporaties houden meer geld over om te bouwen en te verduurzamen, doordat zij minder belasting hoeven te betalen. Zo vervalt de ATAD-belasting in 2028 en de overdrachtsbelasting in 2027. De winstbelasting blijft nog wel.
6. Extra geld voor nieuwbouw
Er komt veel geld om woningbouw aan te jagen. Tot 2035 gaat het om 7 miljard euro. Voor een deel gaat dit naar gemeenten om bij te dragen aan de bouw van betaalbare woningen. Bijvoorbeeld door bouwgrond goedkoop aan woningcorporaties aan te bieden.
Ook is dit bedoeld om meer woningen te bouwen voor groepen die het moeilijkst aan een geschikte woning komen, zoals ouderen en jongeren. Corporaties krijgen 600 miljoen extra om te bouwen voor ouderen.
De foto boven dit artikel is een bewerking van een foto van het debat over de regeringsverklaring op 25-2-2026. Bron en copyright: Tweedekamer.nl







